Een interview met onze Nederlandse managing director Jeroen van Hamersveld waarbij hij in gaat op actuele ontwikkelingen en aanbevelingen op het vlak van Data & AI en de rol van cloud en kritische infrastructuren nu souvereiniteit van groot belang is.
Jeroen van Hamersveld, Country Manager Nederland bij NTT DATA, ziet hoe de cloud-discussie razendsnel van koers verandert. Niet terug naar vroeger, maar vooruit naar iets nieuws: een wereld waarin infrastructuurkeuzes en databeheer bepalend zijn voor wie de AI-race wint.
Medio 2025 was de vraag bij vrijwel elk bedrijf nog: hoe breng ik zo veel mogelijk naar de cloud? Inmiddels is die vraag fundamenteel anders geworden. ‘Wat breng ik naar de cloud, en wat doe ik zelf?’ is nu het centrale dilemma voor CIO’s en business owners. Van Hamersveld volgt die omslag op de voet.
Veel meer dan een datacenterpartij
NTT DATA is veel meer dan een van de grootste datacenterpartijen ter wereld, Niet vanuit een ivoren toren, maar vanuit de positie van een bedrijf dat al jaren de datacenters runt voor enterpriseklanten en hyperscalers als AWS, Microsoft en Google. Maar Van Hamersveld wil graag een breder beeld schetsen. De organisatie groeide de afgelopen zes jaar uit 48 samengevoegde bedrijven tot één wereldwijde capability, van zeekabels en internetinfrastructuur, tot aan de volledige applicatielaag. “Veertig procent van het wereldwijde internet wordt geleverd door NTT,” zegt hij. “Je gebruikt ons elke dag zonder het te weten.” Als voorbeeld noemt hij de emoticon, die ooit door NTT in Japan werd ontwikkeld en nog steeds intellectueel eigendom van het bedrijf is. “Naast connectivity en datacenters zijn wij een end to end consulting en technologiepartner voor Data & AI, cloud en secure IT infrastructuur, met lokale activiteiten die profiteren van de kennis en schaal van de global organisatie.” Van Hamersveld benadrukt dat zijn teams die kennis actief inzetten voor enterpriseklanten die nu grote strategische beslissingen moeten nemen.
De cloud gaat niet weg, de vraag verandert wel
De terugtrekking uit de cloud is geen complete ommekeer, maar eerder een volwassener wordende relatie met cloudinfrastructuur. Organisaties vragen zich eindelijk af wat ze eigenlijk in de cloud willen hebben, en waarom. Daarbij spelen soevereiniteit en geopolitieke ontwikkelingen een steeds grotere rol en voedt een heroriëntatie die Van Hamersveld al een tijdje ziet aankomen.
Tegelijkertijd nuanceert hij de discussie over Europese alternatieven. “De voorsprong van de grote hyperscalers en AI platforms is weliswaar groot, maar die gebruiken wij als uitgangspunt voor onze eigen AI propositie,” zegt Van Hamersveld. Europese initiatieven als Mistral AI ziet hij als waardevolle ontwikkelingen om een vertrouwd, soeverein en schaalbaar AI ecosysteem te bouwen. De afweging is dus niet zwart wit: bedrijven zullen hybride gaan werken waarbij rekenkracht en ontwikkelcapaciteit in de cloud kunnen blijven draaien, maar kritischer worden als het gaat om het verwerken van data, die ze lokaal willen houden.
De macht ligt bij de data, niet bij het platform
Hier raakt Van Hamersveld aan wat hij de kern van de huidige strategische uitdaging vindt: de waarde zit niet in het platform, maar in de data. Een server die computing power levert, doet niets met je intellectueel eigendom. Maar wie bepaalt waar die data staat, en onder welke condities die beschikbaar is voor AI toepassingen? Dat is de vraag die bedrijven nu moeten beantwoorden, en die antwoorden zullen hun infrastructuurstrategie voor de komende jaren bepalen. NTT DATA heeft daar een concreet antwoord op ontwikkeld: All Photonic Network. Door gebruik te maken van fotonische netwerktechnologie kan het bedrijf voor klanten een situatie realiseren waarbij data in een eigen datacenter staat, de computing power in de cloud zit, en aanvullende AI rekenkracht in een ander datacenter beschikbaar is, terwijl het geheel functioneert als één virtueel datacenter. Dat maakt het mogelijk data lokaal te houden zonder in te boeten op de schaal en snelheid die AI workloads vereisen.
AI vereist meer dan een goed algoritme
Van Hamersveld signaleert drie uitdagingen die organisaties moeten tackelen om AI succesvol te kunnen inzetten. De eerste is de businessvraag: hoe integreer ik AI zinvol in mijn processen? De tweede is de datavraag: is mijn data op orde, en is die van voldoende kwaliteit om AI mee te voeden? De derde wordt het vaakst over het hoofd gezien: is mijn infrastructuur klaar om AI te dragen? Die derde vraag raakt direct aan de kostenkant. GPU capaciteit is duur, en de energievraag van AI workloads is aanzienlijk. In Nederland speelt daarbij nog een extra complicatie: stroomschaarste. Wie AI in een eigen datacenter wil draaien, moet iets anders naar de cloud verplaatsen om ruimte te maken. Dat vereist een doordachte infrastructuurstrategie, geen ad hocbeslissingen. Van Hamersveld introduceert ook een concept dat hij bij Japanse klanten tegenkomt, maar in Europa nog nauwelijks op de agenda staat: physical AI. Waarbij AI niet alleen in digitale processen wordt ingezet, maar direct in robots, sensoren en apparaten. Een robot in een fabriek of in de zorg die via AI real time beslissingen neemt en zichzelf continu verbetert op basis van sensordata. Japan is daar al volop mee bezig.
Kritische data-infrastructuur als nieuwe categorie
Van Hamersveld ziet een nieuw begrip opkomen dat urgent aandacht verdient: kritische data infrastructuur. Naast kritieke fysieke infrastructuur moet er een duidelijke categorie komen voor data die zo essentieel is dat soevereiniteit, betrouwbaarheid en beschikbaarheid publiek geborgd moeten zijn. “De kwaliteit van de data bepaalt de uitkomst van AI,” zegt hij. “Zo simpel ligt het.” Dat vraagt om bewuste keuzes, zowel van bedrijven als van de overheid. Welke data vertrouw je toe aan de cloud, en welke niet? Waar liggen de grenzen bij toepassingen in de zorg, het onderwijs of de publieke sector? Hoe zorg je dat AI output op kritische beslissingen betrouwbaar is? Dit zijn vragen die nu beantwoord moeten worden, niet als de implementatie al loopt.
Sustainability als Japans DNA
Terwijl veel bedrijven en overheden hun duurzaamheidsdoelstellingen stilzwijgend naar de achtergrond hebben geschoven, doet NTT DATA dat niet. Wie AI implementeert, moet ook nadenken over de maatschappelijke gevolgen daarvan. In de praktijk vertaalt dat zich naar datacenterstrategieën waarbij sustainability doelstellingen van klanten worden meegenomen in de inrichting. NTT DATA onderzoekt ook hoe innovaties als hergebruik van warmte en alternatieve energiebronnen in datacenteromgevingen kunnen worden toegepast. “Geld verdienen moet, maar je kunt het ook op een verantwoorde manier doen,” zegt Van Hamersveld.
Wereldwijde kracht, lokale expertise
Hoe een wereldwijde organisatie succesvol is in Nederland?
NTT DATA werkt met een gelaagd wereldwijd model: we combineren de schaal en innovatiekracht van onze wereldwijde organisatie met de slagkracht van onze regionale EMEA teams en de klant nabijheid van onze lokale Nederlandse experts. Wereldwijd bepalen we de strategie, standaarden en 24/7 delivery capaciteit. Regionaal zorgen we voor afstemming met Europese regelgeving en coördineren we onze dienstverlening over verschillende markten. En lokaal - vanuit ons kantoor in Amersfoort - vertalen we die wereldwijde kracht naar praktische, hoogwaardige oplossingen die precies aansluiten op de behoeften van Nederlandse klanten. Het is de beste combinatie van drie werelden: mondiale schaal, regionale governance en lokale partnership.